ochtenddicht

niet een gedicht
maar mijn hele leven
draag ik aan je op

jij die
met je eerste woorden
mijn dag goed doet beginnen

jij die in de badkamer
tegenwerkt
me knuffels geeft
‘koekákoe’ en ander onverstaanbaars
uitroept
je ogen dichtknijpt
me je deugnietenlach schenkt

jij die
niet wil eten
(tenzij ‘koekoe’)
maar wil racen door het huis

de ochtend van
gedichtendag‬

met jou
lieve, gekke zoon

mama moet nu werken en
mist jou

tot straks
dan schrijven we verder
aan ons verhaal

sluiten we samen de dag af
‘ete’
‘dietje’
‘dada’

on-eindig

on-eindig dankbaar
na oneindig wachten

Leven dat er nu al is
oneindig
waardevol leven

als een uitkomende droom
maar nog niet compleet

nu nog
enkel in mij en
enkel van ons

we wachten verder
maar dit is anders
wachten
eindig bijna

bijna

nu nog niet
maar wel bijna

on-eindig moeder
on-eindig vader

on-eindig kind

Kriebels

Je kriebelt, je beweegt
ik voel je meer en meer
Je reageert als ik spreek
of zomaar, terwijl ik adem
Je bent bij mij, zo dicht bij mij
en toch nog zo ver van me af

Maar zo veel meer nog
Je beweegt me
zet me aan het dromen,
denken, plannen
Niet zonder zorgen
maar met zo een groot verlangen
Want als jij komt wil ik klaar zijn
klaar om helemaal van jou te zijn

Groei, groei, groei
maar rustig verder
Tot je groot genoeg bent voor de wereld
klein genoeg voor mij
klein genoeg om nog lang
dichtbij te blijven

Je ligt niet stil terwijl ik schrijf
zou je mij voelen
zoals ik jou?

Wat het is geweest

Daar sta je dan
Je denkt aan vroeger en je vraagt je af
hoe het komt dat je hier bent en niet daar

En je vraagt je telkens af
hoe het zover is kunnen komen
Waarom je er niet meer van hebt gemaakt

En je kan blijven proberen
En je kan steeds blijven vragen
Maar misschien is het gewoon niet meer
wat het is geweest

Hier zit je dan
Je denkt aan vroeger en je denkt aan later
Spijt kan je het niet noemen
maar wat als het nu eens anders had kunnen gaan

En je vraagt je telkens af
Hoe je alles zomaar kon laten gebeuren
Waarom je er niet meer mee hebt gedaan

En je kan blijven dromen
En je kan blijven verlangen
Maar misschien is er gewoon niet meer
dan wat er altijd is geweest

Toch wil je blijven hopen
En houd je toch nog ergens vast
Aan wat je altijd hebt geloofd

En dan kan je blijven proberen
En je kan steeds blijven vragen
Maar misschien is het niet eens zo erg
Dat het niet meer wordt zoals het is geweest

Nieuwe woorden

We moeten nieuwe woorden uitvinden
Voor de momenten waarop we zo beperkt zijn
Voor wat we voelen maar niet kunnen uitdrukken
Het lijkt wel te lukken, maar alleen op papier

Maar soms is schrijven niet genoeg
Soms wil je gewoon horen wat ze écht denken
Wat ze voelen, wat ze voor je zouden willen doen
Ook al kunnen ze dat toch niet

Moeten we wel altijd woorden hebben
Is de stilte dan zo slecht, vraag je dan
Nee, bang van stilte ben je niet

Maar die stilte tussen mensen
Die pijnlijke, ongemakkelijke stilte
Opgelost met een omhelzing
Of gewoon bruusk afgebroken
Door stopzetting van het gesprek
Dat er voor jou eigenlijk nooit is geweest

Misschien moeten we niet alles kunnen uitdrukken
Maar zouden we niet alles moeten kunnen zeggen
Die vrijheid, die is er nu nog niet

En al zou ik graag het goede voorbeeld geven
De woorden ontbreken

Fictie

Maar het leven gaat niet zoals in de boeken.
De personen erin zijn kunstenaars met woorden,
beschrijven wat hen overkomt en wat ook
echt gebeurt.
Zolang je aan het lezen bent.
Hun verhaal opgesloten in de bladzijden,
dat lijkt door te gaan telkens je het boek sluit.
En je wil hen ontmoeten
op de ene of andere manier.
Je wil hen schrijven,
over hoe zij als een spiegelbeeld waren
van jezelf, maar toch zo anders.
Zoals over hoe hun diepe liefde en intimiteit
die alleen in boeken mogelijk lijkt
het vuur bij jou weer aanwakkert.
Niet dat het weg was, maar
ze toonden je hoe intens
ze in werkelijkheid ook kan zijn.
Want hun verhaal is echt.
En het is niet gedaan,
maar het vervolg mag je zelf bedenken.
Ook al doe je dat niet.
Ze vervagen, elke dag een beetje meer.
Maar jij bent weer een stukje veranderd,
schrijft jouw verhaal, waar je zelf geen einde aan kan breien.
Je wil dat anderen hun verhaal lezen
dat zij hen ook leren kennen.
Ook al vrees je zo dat het voor hen
niet meer dan een goed werk
van de maker zal zijn, dat ze
niet écht gaan leven.
Maar bij mij wel
als het een troost kan zijn.