Mijn lief, sint ick u mis, verdrijve’ ick met mishaeghen
De schoorvoetighe Tijdt, en tob de lange daeghen
Met arbeit avontwaerts; uw afzijn valt te bang.
En mijn verlangen can den Tijdtgod niet beweghen.
Maer ‘t schijnt verlangen daer sijn naem af heeft gecreghen,
Dat ick den Tijdt, die ick vercorten wil, verlang.
over uw reactie dat ik beter aan het ifs zou deelnemen: nee bollie, gij zingt vele beter dan ik! en er is nog niks concreets bij ons
gewoon ideeën
ooh dit gedichtje doet me denken aan het middelbaar, ik vind het persoonlijk een heel mooi gedichtj
jammer van de verkorte versie.
het gehele gedicht is een parel op zich.